We waren vandaag naar Buchenwald. Indrukwekkend! Ik was mijn mobiel vergeten. Ik wil altijd evangelisatie materiaal meenemen, en ben daar zo mee bezig dat ik dan zoiets vergeet. Na afloop had ik een kort gesprek met één van de medewerkers. Hij is in de DDR opgegroeid, zonder religie. Ik vroeg hem of hij de Here Jezus kent, maar hij kent Hem alleen van naam. Ik vroeg of ik hem een boekje mocht aanbieden, en dat vond hij wel OK. Ik gaf hem het boekje van de tweeling samen met een boekje met bijbelteksten. Hij zei, dat hij het wel op de tafel voor de medewerkers zou leggen. Ondertussen was hij het aan het doorbladeren. Ik vertelde hoe ik heette en vroeg hoe zijn naam was: M. Ik zei dat ik voor hem zou bidden. Ik had het idee, dat hij dat op prijs stelde. Oost Duitsland is het land waar de reformatie begon, maar sinds het communisme is het het land waar minste mensen in het bestaan van God geloven. Toen we vorig jaar in Leipzig waren, trof me dat. Ik ben toen begonnen te bidden voor Oost Duitsland.

Vandaag heb ik heel wat vrachtwagenchauffeurs wat mogen geven. Mooi weer helpt wél, hoor! Polen is ” de grote hap”. De Russen hadden geen belangstelling voor lectuur. Verder wel voor heel diverse nationaliteiten lectuur mogen verspreiden: Roemeens, Bulgaars, Oekraïens, Witrussisch, Bosnisch, Turks, Tsjechisch, Lets, Nederlands en Frans. Misschien ben ik nog wat vergeten, O ja, sowieso Servisch. Wat leuk was: Ik gaf een traktaat én een kalender aan een Roemeen. Hij bedankte blij en liet mij zien dat hij al eerder een chauffeurs traktaat had gehad. Toen vroeg ik of hij nog wat in het Roemeens wilde hebben. Dat vond hij fijn, dus ik ging op zoek naar wat ik maar in het Roemeens had. Dat vond hij fijn!
Dit jaar heb ik weer een heel arsenaal aan Franse kalendertjes gekregen. Het is dat degene van wie ik ze krijg ze zeker niet op krijgt, dus dan neem ik ze maar aan en bid maar om gelegenheden. Franse chauffeurs zijn meestal niet zo tuk op lectuur. Die schudden al met hun hoofd achter hun raampje voordat ik überhaupt de kans krijg om iets te zeggen. Maar deze afgelopen week heb ik al twee kalendertjes in het Frans mogen weggeven. Niet bij chauffeurs, maar een man die in een Belgische auto zat en alleen Frans kon spreken en een Franse automobilist. Dat geeft nog moed voor de andere tien kalenders?.
Ik weet niet of ik er tien heb, hoor, misschien meer, misschien minder. Maar afgelopen jaar kwam ik nauwelijks Fransen tegen.
Er was ook nog een hele Poolse bus met Chinezen (?). Misschien waren het Koreanen?. Ik probeerde ook hun wat te geven, groette ze in het Engels, maar ze deden over het algemeen of ik lucht was. Af en toe kon er een minzaam knikje af, maar ze liepen snel door, alsof ik een gevaarlijk persoon was?.
Ik zie wel vaker zo’n bus met Aziaten, laten we het zo maar uitdrukken, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Meestal is er wel iemand die wat wil aannemen.

P. is aan het werk. S. stelde vanavond voor om met mij te gaan fietsen en dat ik dan zou evangeliseren. Het was rond 20 uur. M. kwam toen aan de deur en bleef een tijdje hangen, thee drinken. Toen ze weg was om half tien wilde S. toch nog gaan fietsen met mij en evangeliseren. Ik zag er om 20 uur al niet “zoveel brood” in, want ik meende dat de meeste vrachtwagenchauffeurs inmiddels onder zeil zouden zijn. Het was donker en koud, brr! Maar goed, ik wilde het voor S. wel doen, hoewel ik er ook wel tegenop zag. Daar gingen we dan. God kan zoiets best gebruiken…. En ja, hoor. Er stond een truck die verlicht was en waar twee mannen in zaten. De truck was Duits, maar de mannen erin Roemeens. Ik gaf hun lectuur en verontschuldigde me dat ze zo lang op me hadden moeten wachten in de kou, eer ik het gevonden had. Het bleek dat ik de chauffeur al eens iets had gegeven, maar de man ernaast niet. De chauffeur had ondertussen blijkbaar al uitgelegd wat ik kwam doen en toen was zijn vriend helemaal enthousiast! Ik zei toen maar, dat ze wat mochten doorgeven aan hun vrienden. Dat was een hele bemoediging, zowel voor S. als mijzelf! Wat verderop heb ik nog wat lectuur uitgedeeld bij het “Polenhotel”. Al met al: God gebruikt de ideeën van S. om tot Zijn doel te komen.

Ik ben al een tijdje aan het nadenken en bidden wat ik moet doen met betrekking tot het evangeliseren. Ik heb het enorm druk, ik kom minder vaak op parkeerplaatsen, in V. kennen veel chauffeurs mij al. Ik heb veel lectuur en het huis is overvol. Is het eigenlijk wel Gods wil, dat ik verder ga met die lectuurevangelisatie? Ik heb soms jarenlang bepaalde lectuur in huis liggen, zoals traktaten speciaal voor Duitssprekende Joden. Daar heb ik nooit om gevraagd, want ik kom ze nooit tegen tot nu toe, en dan heb ik er ook nog zoveel van gekregen! Ik bedacht, dat ik iemand ken die onder Joden evangeliseert in Amsterdam. Ik vroeg of hij wat van die traktaten zou willen hebben, en dat wilde hij wel. Ik stopte het bij hem in de brievenbus en ging op mijn fiets verder en bad om leiding. Al snel kwam ik een groep jongeren tegen met een Italiaanse vlag. Ik dacht dat het een wandelclub uit Italië of zo was; hoe ik daarbij kwam, weet ik ook niet, hoor. Ik begon naarstig in mijn tassen naar Italiaanse lectuur te zoeken en vond het één en ander voordat de groep voorbij was. Het werd door degenen die ik het aanbood, aangenomen. Verderop kwam ik een groep Spaanse jongeren tegen. Nou, alle Spaanse lectuur raakte ik kwijt. Weer verderop was een Tsjechische groep, maar die lachte me vierkant uit, toen ik hen wat wilde aanbieden. Ik ging verder en kwam in gesprek met een vrouw die haar hond uitliet. Ook haar mocht ik een traktaat aanbieden. Tot mijn verbazing zag ik weer een groep jongeren, maar dan nu uit België. Ik vroeg of ze Frans of Nederlands spraken. Dat laatste was het geval. Ik bood de eerste iets aan, maar die wilde niks hebben, maar de rest van die jongens wel, en dat waren en wel minstens 15. Ik vroeg wat al die jongeren hier toch deden. Nou, er was een sporttoernooi aan de gang, internationaal. Jongeren uit 20, meest Europese landen, deden mee, en ze bleven nog een week. Ik ging maar weer richting sportvelden en kon ook nog een paar jongens uit Ierland iets geven, die kregen een Engelse Bijbel voor truckers, want ik had niets anders, maar dat vonden ze wel wat. Een stel Slovenen en verderop nog een paar tamelijk schattige meisjes uit Slovenië, ik denk dat ze niet ouder dan 15 jaar waren. Ze vonden het een heel avontuur om in Nederland te zijn en leuk om allemaal jongeren uit zoveel landen te ontmoeten. De groep Israëliërs wilde niets hebben, maar goed, ik bid maar voor hen.

Toen ik thuis was, bad ik hoe ik deze mogelijkheid wellicht zou kunnen benutten. God gaf leiding en het volgende is wat mij heel erg getroffen heeft:

Ik zou naar de markt gaan. Eigenlijk had ik gedacht dat P. nog boodschappen met mij wilde doen, maar hij was te moe. Ik had ineens het sterke verlangen om naar de sportvelden te gaan en te evangeliseren. Het toernooi zou nog tot en met vrijdag duren. Ik voelde me wel heel erg bang. Ik had al heel wat teams iets gegeven, en ik wilde liever niet telkens dezelfde jongeren iets geven. Ik wilde liever ook niet dat ik erg zou opvallen als diegene die allemaal christelijke lectuur uitdeelt, maar goed, als God dat nu wel zou willen? Ik wil toch graag doen wat God zegt. Ik bad, en op een gegeven moment bad ik: “Heer, wilt U me enkelingen geven, die ik kan aanspreken. Groepen vind ik erg moeilijk. U kunt mij die jongeren op het pad brengen, die het echt nodig hebben.” Ik kwam daar aan en zag op de parkeerplaats enkele buitenlandse bussen staan. In één ervan zat een chauffeur, een Fransman. Ik bood hem een Bijbel aan, die hij accepteerde. Zo waren er nog wat mensen die ik persoonlijk een Bijbel aan kon bieden, ook een Italiaans meisje, dat net uit een camper kwam. Voor mij was dat echt een bemoediging, omdat ik een heel dikke Italiaanse Bijbel had gekregen, die ik bij de chauffeurs niet kwijt kon raken, maar zij was er blij mee. Ik ben drie Franse Bijbels kwijtgeraakt. Dat is ook een wonder, want Franse chauffeurs kom ik in Nederland zelden tegen, terwijl ik een leger aan Franse Bijbels heb. Ik kwam in gesprek met een vrouw van het Israëlische team. Ik bood haar een Hebreeuws traktaatboekje aan, maar tot mijn verbazing kende ze het al. Ik vroeg waar ze dat dan had gehad: In de synagoge. Ik zei: De Here Jezus was een Jood. Dat erkende ze. Ik denk niet dat ze Messiasbelijdend was, maar ik bid voor haar. Ze was niet vijandig. Ik zei: God bless you. En ik vroeg haar wat “tot ziens” in het Hebreeuws was, en dat vertelde ze me ook.

Het Finse team had ik al langs zien komen, maar daar kwam zowaar nog één jongetje van dat team aan. Het viel me op, dat hij er wel erg donker uitzag voor een Fins jongetje, maar goed, ik gaf hem maar een Fins traktaatboekje. Ik was verbaasd dat hij zei: “I guess this is Finnish”. Ja, dat was het …. dus ik vroeg hem wat voor taal hij dan sprak. Nou, Thais. Ik heb al jaren een Thais boekje bij me, en ik heb echt gedacht: Nou, ben ik niet wat te ambitieus om zoveel talen altijd bij me te willen hebben en te willen bezitten voor het geval dat…? Is dat nu mijn eigen idee, of wil God dat? Maar wat was ik nu blij, dat ik een Thais boekje bij me had! Later heb ik op internet informatie opgezocht over Thaise mensen in Finland. Er wonen in Finland relatief veel Thaise mensen, meestal voor hun studie op de universiteit, maar ook omdat in Thailand en Finland er niet zoveel onderscheid wordt gemaakt in banen voor mannen of voor vrouwen, gender-gelijkheid heet dat, geloof ik. Die Thaise mensen worden niet uitgenodigd door de Finnen en blijven zo buiten de Finse samenleving staan. Finland is een land met veel christenen, maar de Finnen zijn niet erg dol op buitenlanders, dus de Thaise mensen daar komen alsnog niet zo in aanraking met het evangelie. Ik bid voor dit jongetje, dat God zijn hart mag raken, en dat hij een thuis mag hebben bij God zelf.

Ik heb in die week nog veel meer geëvangeliseerd onder die jongeren. God hielp me echt. Zo had ik één keer eigenlijk nauwelijks tijd om iets te doen, maar ik nam mijn lectuur mee en bad om leiding terwijl ik mijn boodschappen haalde. Onderweg, op een onverwachte plaats, zag ik een paar Italiaanse meisjes en gaf hun een Bijbel. Weer een Bijbel weg die ik al zoveel jaren meesleep! Ik had de tijd niet helemaal in de peiling, dus op een gegeven moment kwam ik er achter, dat het eigenlijk al later was, dan dat ik thuis had willen zijn, terwijl ik niet alle boodschappen had kunnen doen. Ik snelde door de Aldi en pakte wat ik nodig had. Bij de kassa gaf iemand mij voorrang, waardoor ik ontzettend snel weer buiten stond. Mijn planning voor het eten koken heb ik maar aangepast, ander menu, en zo konden we toch nog op tijd eten, voordat P. naar zijn werk ging.

Op een morgen ging ik op weg naar W. Ik bad maar weer om leiding. Ik had al heel wat vrachtwagenchauffeurs iets gegeven. Ik was op weg naar de auto, maar daar stopte een man in een bestelauto. Ik had het gevoel dat ik hem moest aanspreken. Ik gaf hem een traktaatboekje en hij vroeg wat het was. Ik vertelde het hem. Hij vertelde dat hij net de dag ervoor ook al een Bijbel had gehad. Hij zei dat hij elke morgen bidt, want hij kan niet zonder gebed de dag beginnen. Die Bijbel die hij liet zien, bleek geen Bijbel te zijn, dus ik heb hem toen maar een NT gegeven. Daar was hij erg blij mee. Hij vertelde dat een goede vriend van hem kanker had. Hij was geschokt door dat nieuws en daarom was hij op weg naar zijn dochter. Hij moest wellicht zijn gedachten verzetten. Ik vroeg hem of hij het fijn zou vinden als ik met hem bad, en dat vond hij zeker, dus ik bad voor hem en zijn vriend. Ik zei ook, dat God de macht heeft om iemand te genezen, maar goed, ik ben God niet, maar we mogen er wel om bidden. Ik zei, dat het nog belangrijker is om voorbereid te zijn voor het leven na dit leven. Dan kan het leven op aarde niet fijn zijn, maar dat weegt niet op tegen wat gaat komen. Ik bid maar dat hij de Bijbel gaat lezen. Ik ben niet een erg goede uitlegger, zoals je ziet, maar goed, ik bid maar dat God met hem tot Zijn doel mag komen.

Toen ik alweer bijna bij de auto was, zag ik een groepje Hardcore-jongeren. Ik gaf hun een Zuiver Goud en vertelde dat de Here Jezus mijn leven veranderd heeft en doel en zin heeft gegeven. Ze deden wel wat lacherig, maar ze namen het allemaal aan! Ik vroeg aan een paar van hen hoe ze heetten. Eén van hen had wat praatjes en ik zei dat God erg in hem geïnteresseerd is en om hem geeft. Ik bid maar voor die jongeren, dat God hun hart zal treffen.

Gisteren moest ik iemand oppikken van het station. Voor die tijd kon ik nog net een parkeerplaats bezoeken. Ik gaf een Poolse chauffeur iets, die mij hartelijk bedankte. Ook was er een bus uit Spanje. Ik zocht wat Spaans op, maar die chauffeur zei dat hij Arabisch sprak. Ik zei, dat ik ook Arabisch had. Of hij nu wat had willen hebben, betwijfel ik nu eigenlijk wel, want hij kon wellicht prima Spaans spreken, gezien het feit dat hij met een bus reed… Ik groette hem in het Arabisch toen maar, wat hij wel leek te waarderen en gaf hem een Arabisch N.T. Ik denk dat hij niet meer durfde te weigeren. Nou ja, ik bid maar voor hem. Ik hoop dat hij het verlangen krijgt om in de Bijbel te gaan lezen.

Ik kan alleen maar zeggen: Dank U Heer, dat U mij wilde gebruiken! Ik sta erbij en kijk ernaar, voor mijn idee.

P.S. En vrachtwagenchauffeurs blijf ik toch ook ontmoeten, alleen heb ik nu niet zulke bijzondere verhalen daarover te vertellen.

Afgelopen week reed ik op mijn fiets door V. Ik zag een vrachtwagenchauffeur zijn vrachtwagen op een parkeerplaats parkeren en fietste er snel naartoe. Ik bood hem wat aan en dat nam hij ook aan. Toen ik weg wilde fietsen zag ik 5 jongens staan bij een auto. Ik liep naar hen toe en bood hun een “Zuiver goud” (evangelisatieboekje) aan. Ze vroegen wat het was. Ik vertelde dat het verzen uit de Bijbel zijn. Ik kreeg onmiddellijk alle boekjes terug, want zij geloofden in een andere God. Vervolgens kreeg ik een heel gesprek. Met hangjongeren heb je meestal nogal chaotische gesprekken, maar wel heel boeiend. Je probeert een antwoord te geven op de ene vraag en een ander gooit er ondertussen een andere vraag doorheen, zodat je af en toe niet meer weet waar je nu over aan het spreken was. Ik blijf maar rustig en bid dat ik toch iets mag zeggen dat tot zegen mag zijn, waardoor ze verder gaan nadenken. Bij gesprekken met dit soort jongeren komt altijd de vraag naar de drie eenheid van God naar voren. Dat is onbegrijpelijk voor hen, maar ik begrijp het ook niet werkelijk. Dat zei ik ook, en één van hen vond dat juist erg goed dat ik dat eerlijk toegaf. Ik vroeg hem of hij ook snapte hoe God alles geschapen heeft, waarop ze onmiddellijk vroegen of ik dan in evolutie geloofde. Ik zei: Nee. Daar waren ze het mee eens. Ik zei: Als je om je heen kijkt, kun je toch niet geloven dat alles door een knal is ontstaan? Maar hoe God alles gemaakt heeft, kunnen we ook niet begrijpen. Je kunt nu eenmaal niet alles begrijpen van God. Ze kenden heel wat namen van mensen die zowel in de Bijbel als in de Koran beschreven staan. Ik weet niet meer hoe we er op kwamen, maar op een gegeven moment ging het over Abraham en dat hij Izaäk moest offeren. Zij geloven dat hij Ismael moest offeren. Dat heb ik in het midden gelaten, maar ik vroeg hen naar de betekenis van hun offerfeest. Dat konden ze me niet vertellen. Daarom vertelde ik over waarom God van Abraham vroeg zijn zoon te offeren. Hij wilde zien of God voor hem op de eerste plaats stond. Het was voor hen een heel aparte gedachte dat het een zonde is als je God niet op de eerste plaats hebt staan. Dat vonden ze toch wel overdreven. Ik vertelde dat het offer (het kwam niet zover dat hij werkelijk geofferd werd,vertelde ik erbij)van Abraham verwijst naar het offer van de Here Jezus. Ineens bedachten ze dat ze thuis moesten eten. We namen afscheid van elkaar. Ze reden weg met de auto en hun scooter. Ze zwaaiden nog vriendelijk naar mij. Het valt me op dat hangjongeren het veelal toch waarderen als je met hen spreekt. Met hangjongeren heb ik meestal heel goede gesprekken.

Kort geleden had ik een parkeerplaats bezocht. De chauffeurs had ik al iets gegeven en ik liep terug naar de auto. Er reed een politieauto over de parkeerplaats. Ze stopten voor mij en het raampje werd open gedraaid. Ze wezen op mijn grote boodschappentassen waarin mijn lectuur zat en vroegen of ik al boodschappen had gedaan. Het was zondagmorgen vroeg, dus dat lag niet erg voor de hand. Dat wisten zij natuurlijk ook wel, maar ze wilden graag weten wat ik aan het doen was. Ik vertelde dat ik de chauffeurs een Bijbel in hun eigen taal had gegeven met een traktaat. Ik liet hun een Poolse Bijbel zien en vervolgens zocht ik een Nederlands traktaat van “Vastgelopen” en bood hen dat aan. Ik vertelde dat ik blij ben dat ik de Here Jezus heb leren kennen. De politieagent die het aanpakte zei: O, mijn collega weet daar wel meer van af.Die zat naast hem. Ze waren heel vriendelijk en reden weer verder.

Nadat ik J. op school had afgezet, besloot ik de parkeerplaats langs de snelweg waar ik overheen moest te bezoeken. Er stond een auto met twee jongens waaruit een enorme herrie kwam. Ik zag diverse mensen al hun kant op kijken. Ik had en besloot deze jongens maar als eerste met een traktaat te ” verrassen”. Ik vroeg me wel af of ze het zouden willen aannemen, maar tot mijn verrassing namen ze het blijmoedig aan. Verder heb ik natuurlijk een aantal vrachtwagenchauffeurs wat mogen geven. Er stond ook een vrachtwagen uit Verweggistan. Het is altijd een droom van mij geweest om ooit een chauffeur uit dit land iets te mogen aanbieden. Ik heb slechts eenmaal eerder een vrachtwagen uit dat land zien rijden door Nederland. Dat is dan een zeldzaamheid! De chauffeur was alleen in diepe rust, dus ik heb maar een kaartje van Trans World Radio in de “brievenbus” gedaan, zoals Martien zou zeggen. Vervolgens zag ik een man en een vrouw op een bankje zitten. Ik vroeg of zij ook vrachtwagenchauffeur waren. Dat waren ze niet. Ik zei: O, maar ik heb ook wel wat voor niet-chauffeurs. Ik gaf een traktaatboekje. Ik liep alweer verder toen de vrouw tegen mij zei, dat ze het goed vond wat ik deed. Ik vroeg: Bent u christen? Ze antwoordde: Nou, vroeger ging ik wel naar de kerk. We kregen een gesprek. Ik vertelde dat ik ook van jongs af aan in de kerk kwam, maar dat het me niet zoveel zei. Ik werd er niet door veranderd. Veel mensen gaan uit traditie naar de kerk, maar het verandert hun leven niet. Ik vertelde over hoe ik er van buiten wel aardig uitzag, maar dat ik wist dat het er van binnen niet allemaal zo mooi uitzag. Dat hield me erg bezig. Ik ben blij dat ik de Here Jezus mocht leren kennen. Vervolgens kwam het gesprek op het feit dat er ook wel extreem slechte mensen zijn. Die vrouw vroeg zich af, hoe iemand zo slecht kon zijn. Ik vertelde over een, nu bekend evangelist, die in zijn jeugd heel wreed behandeld werd door zijn ouders, waardoor hij iedereen haatte en een moord pleegde. Ik weet trouwens niet of hijzelf die moord pleegde, of dat hij medeplichtig daaraan was. Ik zei: Als je ouders je zo behandelen, kan ik me wel voorstellen dat je zo wordt. Hij is totaal veranderd door de Here Jezus. Die vrouw dronk elk woord wat ik zei, in
Ze wist niet dat zoiets mogelijk was en wilde er meer over weten. Ik vertelde hoe die evangelist heette en over de dominee die een werktuig in Gods hand mocht zijn om hem bij de Here Jezus te brengen. Ze wilde meer weten en ik wilde wel de namen opschrijven, maar we hadden geen van beiden een pen. Ze prentte het maar in haar gedachten. Ze bedankte me voor het gesprek en ik haar. Ik ging weer verder met evangeliseren. Toen ik naar de auto liep, wilden die man en vrouw net wegrijden. Snel deden ze het raampje open en zij zei, terwijl ze me het traktaatboekje liet zien met twee namen erop, of ze de namen die ik genoemd had, zo geschreven moesten worden. En ja, dat was inderdaad zo. Ze gingen nu op vakantie, maar als ze terug waren,wilde ze op internet over die evangelist en die dominee meer te weten komen.”Ik zal dit gesprek nooit vergeten!” , riep ze me nog na. ” En ik ook niet!”, antwoordde ik.

P. heeft late dienst. Ik was aan het bidden over de invulling van mijn tijd. Ik kwam net de tuin in met de boodschappen en liep S. tegen het lijf. Die wilde gaan wandelen. Ik vroeg of ik eventueel zijn auto kon lenen. Hij vroeg wat voor plannen ik had. Ik had allerlei ideeën, maar was er niet uit waar ik nu prioriteit aan moest geven. S. drong erop aan om mijn gedachten daarover met hem te delen. Ik begon met: Tja, ik zat te denken of ik naar wat parkeerplaatsen zal gaan om te evangeliseren. Verder wilde ik…. maar ik ben er nog niet over uit, hoor….! Hij antwoordde: O.k. dan gaat u nu evangeliseren en ik betaal de benzinekosten. Ik bad maar, of God het dan ook wilde bevestigen. Ik ben naar 5 parkeerplaatsen geweest en kon heel wat uitdelen. Op de eerste drie nam iedereen die ik aansprak, wat aan. Ook een Deen, die zei dat hij het goed voor mij vond, maar niet voor hemzelf. Hij gaf het traktaat niet terug, dus ik bid maar of God zijn hart zal aanraken, ondanks zijn niet-geïnteresseerd zijn. Op de vierde parkeerplaats liep het aanvankelijk ook als een trein. De eerste 10 of 12 chauffeurs namen allemaal wat aan. Ook een Turk. Toen waren er een stuk of vier die niets wilden hebben en tenslotte toch nog 1 die wel wilde. Ik bad of ik die vijfde parkeerplaats nu wel of niet moest doen. Ik zou er toch langs komen, maar ik wist het niet. Ik kreeg duidelijkheid dat ik het toch moest doen. Daar liep het ook niet heel gesmeerd, maar toch mocht ik twee chauffeurs iets geven. Voor God maakt het niet uit hoeveel het er zijn. Hij heeft ook de enkeling op het oog.

Ik evangeliseer nog steeds wel, maar ik bid heel erg om leiding wat en wanneer ik moet doen. Ik neem mijn lectuur altijd mee, waar ik ook naartoe ga. Dikwijls heb ik gelegenheden, maar het komt ook voor, dat ik me niet tot iets geleid voel. Daar ben ik dan maar ontspannen in. Het moet niet heel geforceerd gaan. Ik ging zaterdag naar de opening van een school in B. Op de tetugweg wilde ik ananasmunt bij een tuincentrum kopen. Ik ken B. niet en heb geen tomtom. Het tuincentrum had ik wel op de aanwijzingen van iemand kunnen vinden. Van daaruit wilde ik naar huis rijden, maar ik was mijn orientatie kwijt. Daardoor dwaalde ik aanvankelijk wat en kwam op een bedrijventerrein terecht?. Daar zag ik een Bulgaarse vrachtwagen, en ja, dan gaat mijn bloed kriebelen: die chauffeur moest natuurlijk een traktaat en een Bijbel hebben. Hij nam het ook aan. Langs de snelweg deed ik nog een parkeerplaats aan, waar ik ook weer lectuur mocht uitdelen. Daar kun je dan alleen maar dankbaar voor zijn!

Eergisteren ging ik naar mijn moeder, op de fiets. Ik kom dan over de bedrijventerreinen van E. Ik neem altijd mijn lectuur mee voor het geval dat. Op de bedrijventerreinen voelde ik me niet geleid om naar een chauffeur toe te gaan, mede vanwege het feit dat mijn moeder zich misschien ongerust zou gaan maken als ik lang op me liet wachten. Ik was al een heel stuk door E. gefietst en dacht dat ik wellicht niemand meer zou aanspreken. Nou ja, je bent niet een getuige door wat je allemaal voor vrome dingen verkondigt. Je leven moet een getuigenis zijn. En daar hoort niet in de laatste plaats het gaan naar je moeder die net weduwe is geworden. Op een gegeven moment moest ik een weg oversteken. Op de hoek ervan zag ik een jongeman staan met waarschijnlijk een moslimachtergrond. Ik had helemaal geen zin om een gesprek met hem te beginnen. Eerder die week had ik al een gesprek gehad met een moslima, die totaal niet luisteren wilde naar wat ik zou willen zeggen, maar alleen maar haar eigen ideeën naar voren bracht. En zij is niet de enige moslim die zich zo opstelt. Ik kon de weg niet oversteken, en toen ik eindelijk kon oversteken, gingen de spoorbomen dicht. Toen bedacht ik dat dit wel eens Gods leiding zou kunnen zijn. Ik ging toch maar naar de jongeman op de hoek en bood hem een Johannes-evangelie aan. Het boekje droeg als titel: Liefde is de brug. Hij bekeek het en zei: een brug breng ik niet in verband met liefde. Ik zei, dat een brug ook geen verband houdt met liefde, maar dat liefde de brug tot mijn hart was. Ik zei, dat het niet ging om liefde van vrouwen, maar dat had hij al door. Ik vertelde dat ik blij ben dat ik de Here Jezus heb leren kennen en dat ik dat graag doorgeef aan anderen. Hij nam het boekje aan en zei: Het kan geen kwaad om daar kennis van te nemen. Misschien steek ik er nog iets van op. Ook gaf ik hem een kaartje van Trans World Radio. Hij zag tot zijn vreugde dat er ook programma’s in zijn moedertaal waren. En ik voelde me blij, dat ik toch maar gehoorzaam was geweest. Ik bid voor hem.

Ik ben heel zuinig met de sleutelhangers op het moment. Omdat het de laatsten zijn. Ik geef ze alleen als ik niet anders kan. Met de vrachtwagenchauffeurs ga ik wel door, maar bij ons in de buurt heb je veel dezelfden. Ze zijn of blij als ze me zien, of niet. Ik moet wel aardig wat moed verzamelen om naar die plaatsen te gaan waarvan ik het idee heb dat ze me wel kunnen uittekenen. Toch ga ik wel als ik me daartoe geleid weet. Vorige week wist ik me daar wel toe geleid en toen ontmoette ik een chauffeur die me vertelde dat hij eigenlijk wel wist dat hij met geloof bezig moest zijn, maar door zijn werk vond hij het moeilijk. Hij was vaak op zondag moe of on het buitenland. Ik heb hem verteld over die programma’s van TWR. Hij was blij met het gesprek en de lectuur.

Gisteren heb ik nog een gesprek gehad met een chauffeur. Hij deed een kleine reparatie aan zijn vrachtwagen. Ik bood hem een Bijbel aan, maar hij zei dat hij ‘m niet wilde hebben. Ik antwoordde dat hij ook niet zoiets van mij hoeft aan te nemen, maar dat ik wel hoopte dat hij de Here Jezus kende. Die kende hij niet. Ik vertelde hem wat over wat Hij in mijn leven heeft gedaan en dat ik daardoor gelukkig ben geworden. Dat wens ik hem ook toe. Hij respecteerde dat, maar hij had er niet zo’n behoefte aan. Ik vertelde hem wel dat er volgens de Bijbel maar 1 weg is. Ik beloofde voor hem te bidden. Dat vond hij wel ok.

Gisteren voelde ik me overdag niet geleid om naar truckers te gaan speuren, maar ‘s avonds vond S. het leuk om met mij te gaan wandelen. Dan neem ik vrijwel altijd een stuk of wat sleutelhangers mee en een aantal traktaatboekjes in diverse talen. Ik twijfelde of ik Spaans zou meenemen. Zo vaak kom ik niet Spaanse chauffeurs tegen, maar het was maar goed, dat ik toch Spaans had meegenomen! De enige chauffeur die nog wakker was, was een Spanjaard. En deze wilde, in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s wel wat aannemen! En ja, met S. als “bodyguard” durfde ik nog wel in het donker rond 22 uur een chauffeur aan te spreken.

Het is alweer even geleden dat ik het volgende meemaakte met evangeliseren. (Ik evangeliseer vrijwel dagelijks, maar niet alles is even interessant om op te schrijven). Mijn fiets moest nodig naar de fietsenmaker. Het profiel was helemaal weg van mijn achterband. Met alle lectuur die ik meesleep, slijten mijn banden behoorlijk hard. Ik mis mijn fiets niet graag, dus ik stel het onderhoud van mijn fiets graag uit. Bovendien liep de ketting er tot overmaat van ramp nogal eens af, als ik over een hobbel heen fietste omdat die gewoon op was, dus nu was ik dan gemotiveerd om mijn fiets even te moeten missen. Ik bad, of God me wilde leiden op de terugweg naar huis, wat betreft al dan niet evangeliseren. Ik kon niet zoveel lectuur meenemen, want ik had alleen mijn rugzak nu bij me, en mijn rug protesteert hevig en helaas niet alleen op het moment zelf, maar nog geruime tijd daarna, als ik teveel meeneem. Eigenlijk verwachtte ik helemaal niet zoveel bijzonders mee te maken, maar juist dan krijg ik vaak bijzondere ontmoetingen. Ik kreeg een gesprek met een jongeman, die ik een evangelisatiekalendertje had aangeboden. Ik had hem, bedacht ik later, al eens eerder gezien/gesproken/iets aangeboden, dat weet ik niet meer. Hij zei zelf niet te geloven en er niets mee te hebben, maar toch wilde hij telkens wel, als iemand met hem over het geloof sprak, luisteren/in gesprek gaan. Het kalendertje vond hij erg leuk. Het ziet er ook aantrekkelijk uit, mooie foto’s. We hadden al een tijdje gesproken; ik had wat over het evangelie verteld en ook wat getuigd over wat de Heer in mijn leven heeft gedaan. Aangezien hij veel met vrachtwagenchauffeurs te maken heeft, gaf ik hem ook een sleutelhanger. Ook dat vond hij leuk. Op een gegeven moment vroeg ik hoe hij heette, want ik bid wel voor sommige mensen wat meer, met wie ik gesproken heb over het evangelie; dat vertelde ik hem ook. Toen kreeg het gesprek een verrassende wending: hij vertelde mij dat  hij sinds 4 weken wist dat hij vader zou worden, en dat de baby al over 4 weken geboren zou worden. Bij zijn vriendin was nauwelijks iets te zien van het komende baby’tje. Ze hadden helemaal niets voor het kindje, als het geboren zou worden, maar gelukkig waren ze daarin inmiddels voorzien. Hij had bedacht, dat hij toch wel bij een kerk/gemeente zou kunnen aankloppen om hulp, en ja, hoor, al snel hadden ze alles wat ze nodig hadden! Alleen moesten ze nog woonruimte hebben. Daar ben ik dus maar onder andere om gaan bidden. Ik weet niet, hoe dat is afgelopen. Ik denk dat de baby er onderhand misschien wel zal zijn… Ik hoop dat alles goed is gegaan. Ik heb in ieder geval ook voor de bevalling gebeden. Ik hoop, dat Gods glorie zichtbaar mag zijn door dat hele gebeuren.

Wat ook een bijzondere ontmoeting in de afgelopen tijd was: het was rond 18 uur. Op het bedrijventerrein was het al aardig stil geworden, maar uit een gebouw, waar ik vaak langs kom, kwam een man, die ik lectuur aanbood. Hij kon wel Engels spreken, maar bleek uit Bangladesh te komen. Ik vroeg hem, of hij daar in dat gebouw werkte, en ja hoor. Ik beloofde lectuur in zijn eigen taal te zullen zoeken en te geven. Thuis gekomen heb ik in al mijn lectuur gezocht of ik iets in het Bengali had, maar hoewel ik erg veel talen heb, die taal niet. Ik brandde een  cd van de GRN-website en bestelde een NT in het Bengaals. Twee dagen later had ik het binnen. Maar nu, hoe zou ik het bij die man krijgen? Ik bad ervoor en besloot maar naar het gebouw te fietsen en aan te bellen. Geen reactie. Bij een andere deur in dat gebouw ging ik naar binnen en vroeg of die meneer daar werkte, maar het bleek weer een ander bedrijf te zijn en ze hadden ook geen idee welke meneer ik bedoelde. Wat nu? Ik fietste zonder iets bereikt te hebben verder en deed wat ik moest doen. Of het nu boodschappen waren, of dat ik verder ging met evangeliseren, ik weet het echt niet meer. In ieder geval bad ik om leiding en besloot ik op de terugweg nog maar een poging te wagen. Het bedrijf was donker, en de auto, waarvan ik dacht dat het zijn auto was, stond er ook niet meer. Wel zag ik een paar dames uit een auto komen, die naar de deur van het bedrijf gingen, waar hij werkte. Ik trok de stoute schoenen maar aan, en sprak die dames (ze bleken de schoonmaaksters te zijn) aan, en vertelde dat ik die man beloofd had iets in zijn eigen taal te geven, maar dat ik hem niet had kunnen bereiken. Ze zeiden: “O, die meneer! We willen het wel op zijn bureau leggen, hoor!” Ik kon God alleen maar danken, dat ik de lectuur toch nog had kunnen afgeven, al was het dan met een omweg. Ik bid dan maar, of God tot die man zal spreken, en of hij God persoonlijk mag leren kennen.

Van een Poolse jonge vrouw had ik 25 tassen met evangelisatiemateriaal voor kinderen in het Pools gekregen. Dat was nu niet direct wat me iets leek, om mee naar de Poolse vrachtwagenchauffeurs te gaan, maar zij had blijkbaar het volste vertrouwen erin, dat het bruikbaar zou zijn voor het evangelisatiewerk… Hoe kon ik nu ooit weten, of ze kinderen hebben, als ik de taal niet spreek? Ik spreek maar een paar zinnetjes Pools, maar hoe moest ik dit nu aanpakken? Ik bedacht, dat ik maar zou bidden, dat die chauffeurs, die ik het aanbood de juiste zouden zijn… Ik vergat die tasjes, die overigens een heel aantrekkelijke inhoud hadden, ook nog wel eens aan te bieden. Op een gegeven moment zag ik op één van die boekjes die erin zaten, het Poolse woord voor kinderen staan. Ik wist ineens, dat ik ooit wel eens het Poolse woord voor kinderen had gelezen, en wist op dat moment: O ja, dat is Pools voor “kinderen”. Sinds dat moment vroeg ik aan de Poolse chauffeurs, als ik mijn gebruikelijke lectuur had gegeven voor de vrachtwagenchauffeurs: Kinderen? in het Pools. Tot mijn verbazing begrepen ze goed wat ik bedoelde! Ze gaven dan altijd antwoord, hetzij ja  of nee. Die chauffeurs, die het aannamen, waren er echt door getroffen over het algemeen! Sommigen zeiden, dat ze twee kinderen hadden. Dan gaf ik maar twee tasjes. De tasjes zijn inmiddels allemaal op, en ik bid maar dat ze tot zegen mogen zijn. En ik hoop maar dat ik niet door mijn vraag, of ze kinderen hadden, een pijnlijke vraag heb gesteld… Nou ja, ik bid dan maar, dat God het maar in Zijn hand zal nemen, en zal zorgen voor hen. Wat moest ik anders?

Ik beleef veel “evangelisatie-avonturen”, ondanks de drukte. Vandaag kon ik niet lang bezig zijn, maar ik stuitte op het bedrijventerrein op een groot wielerevenement. Daar heb ik heel wat kalendertjes uit mogen delen. De reacties waren verschillend. Er waren er wat die er blij mee waren, ook als ik vertelde dat het een christelijk kalendertje was en dat ik blij ben dat ik de Here Jezus mocht leren kennen. Er waren er ook, die er wat lacherig over deden, maar het toch aannamen. Een enkeling gaf het onmiddellijk met een vies gezicht terug. Ik bid maar voor diegenen die wat aannamen, dat hun ogen geopend mogen worden.
Ook heb ik een of andere strenge moslim aangesproken. Hij wachtte in een auto buiten een gebouwtje waarvan ik al enige tijd vermoedde, dat er islamitische samenkomsten in gehouden worden. Ik gaf een traktaatboekje en hij vroeg wat het was. Ik vertelde dat er passages uit de Bijbel in stonden. Toen hij dat hoorde, kreeg ik het boekje weer terug. Hij zei, dat hij in de Koran geloofde. Ik antwoordde dat de Bijbel voor moslims toch ook een heilig boek is. Hij bestreed dat. Ik zei: Zou God een vergissing maken door eerst de Bijbel te geven en vervolgens de Koran? Hij was duidelijk niet erg gecharmeerd van andere ideeën dan die van de Islam. Ik besloot maar te stoppen met het gesprek. Ik bid of God hem de ogen wil openen voor de waarheid.

Ik bad wat ik moest doen, maar ik twijfelde of ik wel op pad moest gaan. Ik heb heel veel evangelisatiekalendertjes gekregen en ook Bijbels in vooral Pools en Russisch. Ook had ik twee Oekraïense Bijbels gekregen. Ik had wel onmiddellijk zin om op pad te gaan, maar toch bleef ik voorzichtig. Was dit niet mijn eigen enthousiasme? Ik besloot te gaan slapen en zo weer wat krachten op te doen. Ik bad, terwijl ik ging liggen, of de Heer me maar eerder wilde wekken als ik toch op pad moest gaan. Ik lag 20 minuten op bed en P. riep dat er een pakje voor me was gekomen. Blijkbaar wilde hij graag dat ik ogenblikkelijk naar beneden kwam. Voor mij was dat het teken dat ik toch maar op pad moest gaan. Nadat ik het pakje had opengemaakt en bekeken, ging ik op pad. Ik voelde er helemaal niets bij, maar goed, God zou wel weten wat goed is. Ik begon maar met een boodschap doen. Bij het afrekenen gaf ik de caissière een evangelisatiekalendertje. Daarna maar op weg naar het bedrijventerrein. Daar verwachtte ik totaal niets van. Het was rond 18 uur. Wie zou ik daar nog moeten vinden? Bij H. Zag ik een chauffeur zijn autoruiten krabben. Mijn hart sprong op. Toch een chauffeur! Ik bood hem een kalendertje en een sleutelhanger aan. We hadden een kort koetjes en kalfjes gesprek, maar toch leuk, en ik ging verder. Aan de andere kant van het bedrijventerrein wonen momenteel veel Polen. Er waren nog wat Polen die net de deur uitkwamen of binnengingen. Snel bood ik hun een kalendertje en een Bijbel aan. Pools geef ik echt enorm veel weg! Gelukkig heb ik alweer 100 Bijbels in het vooruitzicht van de Poolse hulp van mijn moeder. De Bijbelstapel was alweer aardig geslonken. Eerst vond ik 100 stuks wel wat veel, maar ik heb alweer 6 of 8 Poolse Bijbels weggegeven in 2 dagen tijd.? Af en toe ben ik de tel kwijt…. Ik moet nu echt op zoek in mijn tas of ik nog wel sleutelhangers heb. Als er nog zijn dan zijn het er nog maar weinig.
Laat ik zeggen: als je weet dat God erin is, ontvang je vrijmoedigheid.

Vandaag nog een kalender, Bijbel en sleutelhanger aan een Hongaar gegeven. Het gaat echt snel met de sleutelhangers! Ik kan door Gods genade telkens wel iets geven aan vrachtwagenchauffeurs. Laatst nog gesprek gehad met vrij jonge chauffeur die zijn ouders al niet meer heeft. Hij en zijn vriendin verwachten nu een tweeling n.b. Hij vindt de feestdagen en ook de bevalling/ geboorte van de tweeling moeilijk, omdat hij het gemis van zijn ouders extra voelt. Ik beloofde voor hem te bidden.

Zondag bad ik om leiding bij het evangeliseren. Ik ging op pad en wilde tot twee keer toe afslaan naar rechts, maar werd daarbij gehinderd. Aanvankelijk dacht ik er niet zo over na, maar ineens begon mij te dagen, dat God er misschien een bedoeling mee zou kunnen hebben. Ik ging toch maar weer rechtdoor; een niet erg logische richting in mijn ogen, maar goed, ik ging toch maar. Ik bedacht dat ik over de spoorlijn kon gaan richting E. Daar zou ik niet naartoe zijn gegaan, als ik niet gehinderd was. Ik bad maar, dat, mocht dát de bedoeling zijn, ik ongehinderd over de spoorlijn kon gaan, en inderdaad, dat kon. Verderop zou ik weer over een spoorlijn kunnen gaan als ik zou willen, dus ik bad of dát de bedoeling zou kunnen zijn. Mocht dat niet zo zijn, dan moesten de spoorbomen maar dicht zijn. Als ik naar E. zou moeten, zou dat ook logischer zijn, dat ze dicht zouden zijn. En ja hoor, ze waren dicht. Ik reed maar door naar E. en bad om leiding waar ik dan in E. zou moeten zijn. Ik kwam langs een bedrijventerrein, maar daar werd ik niet naar toe geleid, een beetje tot mijn spijt, want ik begon mijn benen al aardig te voelen!. Ik bedacht, dat ik wel eens een vrachtwagen had zien staan bij een fabriek in E. Noord. Misschien zou ik daar naartoe moeten? Maar nee, ik kwam ergens terecht, waar helemaal geen bedrijventerrein is. Ik vond het eigenlijk niet zo geweldig. Met vrachtwagenchauffeurs voel ik me meer op mijn gemak. Ik moest eraan denken wat degene die die ochtend de preek had gedaan had gezegd: Het gaat er niet om, of je nu zelf vindt dat je zo geschikt bent, maar of je beschikbaar bent voor God. Toen heb ik maar biddend een traktaat gegeven aan iemand, die op de stoep liep. Hij nam het aan, bedankte mij. Wat verder zag ik een heel alternatief meisje bij een bushalte zitten. Hoewel ik er geen fiducie in had dat ze wel een traktaat zou willen hebben, nam ze het heel verrast aan. Nog wat verderop zag ik twee meisjes naar twee andere meisjes toe fietsen, en daar bleven ze staan en praten. Ik bad, dat, mocht het goed zijn dat ik hen ook iets zou geven, ze er nog zouden zijn, als ik daar aan kwam. En ja, ze stonden er nog. Ik bood hen een Johannes evangelie aan, aangezien ik al in de gaten had, dat ik waarschijnlijk met moslimmeisjes te maken had. Ze vroegen wat ik hen wilde geven, en toen ik dat uitlegde, wilden ze niets aannemen. Dat verraste mij niet zo, hoor. Ik antwoordde: Maar de Bijbel is toch ook een heilig boek voor moslims? Nou, maar ze wilden het toch niet hebben. Eén meisje was ronduit vijandig in haar houding. Ik moest buitenlanders niet zulke dingen aanbieden. Een ander meisje schaamde zich voor haar vriendinnen, die niet erg aardig tegen mij deden en probeerde haar vriendinnen wat “tot de orde te roepen”. Ik zei op een gegeven moment, dat ik voor hen zou bidden. (Ik bedoelde niet ter plekke, maar thuis). Dat vonden ze niet nodig. Het “vijandige meisje” zei: Dat wil ik niet! Ik wil geen christen worden. Die uitspraak verbaasde mij erg! Je wordt toch gewoon geen christen als je dat niet wilt! Tenslotte wenste ik hen het beste toe. Het vijandige meisje zei: Dat wil ik niet! Ik wil liever dat u ons het slechtste toewenst! Ik antwoordde: Nou, dat zou nogal wat zijn, dat ik je iets slechts zou toewensen.! Het meisje dat min of meer telkens voor mij opkwam, was verontwaardigd over haar woorden. Ze zei tegen mij: Ik vind u een fijno! O….wat zou dat dan zijn? Ze vroeg: Weet u, wat dat betekent? Dat u respect heeft voor anderen. Toen ze weg wilde gaan zei ze: Ik wil eerst nog een boks! Ik begreep, dat ze dan toch een boekje zou willen, maar nee ze wilde dat ik haar gebalde vuist zou begroeten met die van mij. Dat deed ik dus. Heeft zo’n gesprek zin? Mijn dochter verwoordde het zo: Nou Mam, het heeft blijkbaar wel iets met hen gedaan! Dat denk ik ook.Ik reed weer verder en zag op een gegeven moment twee donkere jongens spelen met een skateboard of zo. Ze waren denk ik rond de 18 jaar oud. Ik besloot hen ook maar iets aan te bieden. Ik kreeg een gesprek met hen. Eén van hen vroeg of het Johannes evangelie dan een minibijbeltje was. Ik legde uit, dat het een klein stukje van de bijbel is. Ik vroeg of hij liever een groter deel van de Bijbel zou willen hebben. Dat wilde hij inderdaad. Ik zocht een N.T. Op en gaf dat. Hij zei: Dat wilde ik al zo lang hebben! (of lezen, ik weet het niet meer precies)Ik fietste weer verder terwijl ik om leiding bad. Mijn benen voelde ik niet meer door alles wat ik meemaakte! Toen kwam ik alsnog op een bedrijventerrein terecht. Daar kon ik lectuur aan vooral Bulgaren kwijt. Uit één van de vrachtwagens kwam vrolijke muziek, het leek wel zigeunermuziek. De deur van de cabine stond wagenwijd open. Een donkere chauffeur lag scheefgezakt op de bijrijdersstoel te slapen. Ik gaf een paar ferme tikken tegen de wand van de cabine, in de hoop dat hij wakker zou worden. Ik ben niet gewoon om chauffeurs te wekken, hoor, maar het leek me logisch dat hij toch niet blij zou zijn als anderen in zijn cabine zouden komen en hem zouden beroven, maar helaas was hij erg ver weg. Hij reageerde totaal niet op mijn geklop. Voor de truck stond een tafeltje met een whiskyfles. Het contrast tussen de vrolijke muziek en de aanblik van deze laveloze chauffeur was groot. Ik voelde medelijden in me opkomen met deze man, en bad voor hem. Ik legde een chauffeurstraktaat en een traktaatboekje met wat Bijbelverzen op de chauffeursstoel neer en bad of God hem wilde beschermen, een engelenwacht wilde neerzetten om zijn vrachtwagen, nu hij in beschonken toestand niet bij machte was om zich te verdedigen. In gedachten verzonden reed ik richting huis. De zon begon onder te gaan, en dan kun je maar beter niet meer op pad zijn tussen de chauffeurs als vrouw alleen. Bij een bedrijf aan de rand van het bedrijventerrein zag ik een auto van de beveiligingsdienst staan. Ik reed er naar toe en wenkte naar de man die erin zat. Ik vertelde hem over de Bulgaar die zijn roes aan het uitslapen was, en dat ik me zorgen over hem maakte. Hij vond dat de chauffeur maar onverantwoordelijk bezig was geweest. Dat is natuurlijk zo, maar wie weet hoe lang hij al van huis is…. Ik zei hem dus, dat je toch gek zou worden, als je telkens wekenlang van huis was. Hij beloofde mij een oogje in het zeil te houden. Door dit voorval werd ik er bij bepaald hoe belangrijk het is voor die chauffeurs die zo ver van huis zijn, te bidden en het evangelie bekend te maken.

Ik ben nog niet aan de nieuwe sleutelhangers toe, hoor, maar afgelopen zondag was ik weer op pad geweest. Ik had een vrachtwagen zien staan uit een land, waarvan ik de bewoners heel graag zou bereiken met het evangelie, maar helaas staan ze daar meestal niet zo om te springen. De chauffeur was, denk ik, wel in de vrachtwagen, maar dan op bed. Ik durfde niet op de deur te kloppen, want dat leek me nu niet zo’n geslaagd plan. Met spijt in mijn hart moest ik het er maar bij laten. Wat verderop stonden twee Oekraïense vrachtwagens. Die staan daar heel vaak op die plaats. Ik weet echt niet, of ik bepaalde chauffeurs al vaker iets heb gegeven, maar goed, wel wist ik, dat ik deze keer iets nieuws voor hen bij me had: Johannes evangeliën. Die bood ik dus aan met een sleutelhanger. Volgens mij heb ik die ook nog niet eerder aan hen gegeven. Ze waren er blij mee. Op de terugweg overwoog ik om toch nog bij die chauffeur uit het grotendeels onbereikte land te kijken. Ik bad ervoor, maar ik had toch het idee, dat ik niet allerlei “capriolen” (een omweg maken en andere straten die ik nog niet had gehad laten voor wat het was) moest gaan uithalen om er weer langs te gaan. Ik vond het eigenlijk heel moeilijk om niet toch naar de “onbereikte-land-chauffeur” te gaan…het kostte me echt heel wat om te gehoorzamen. Ik ging een straat in, die ik nog niet had gehad (sommige straten lopen erg raar op het bedrijventerrein). Tot mijn verbazing zag ik heel onopvallend een buitenlandse vrachtwagen staan: niet langs de weg, maar net op het terrein van een bedrijf. Ik zag dat het nummerbord een Oostenrijks exemplaar was. Ik betwijfelde al onmiddellijk of er ook werkelijk een Oostenrijker op zou zitten. De deur stond open en ik zag de chauffeur zitten. Ik begroette hem maar wel in het Duits en vroeg of hij Duits sprak. Een klein beetje maar. Hij bleek Hongaars te zijn. Ik zei, dat ik ook Hongaars bij me had. Ik had voor 2016 een leger aan evangelisatiekalendertjes in het Hongaars gehad. Ze zien er heel aantrekkelijk uit, dus ze vallen eigenlijk altijd goed in de smaak. En dan met een mooie sleutelhanger van Truckplus erbij. Ook deze chauffeur was blij met wat hij kreeg. Met een groet ten afscheid in het Hongaars was “zijn dag helemaal goed”., maar die van mij ook! Ik kon God alleen maar danken dat ik de kracht had gekregen om toch niet toe te geven aan de verleiding om mijn eigen zin te doen, anders had ik deze chauffeur nooit ontdekt. Ik zou deze straat niet in gefietst zijn en ik zou er ook geen tijd meer voor hebben gehad.

In de afgelopen tijd heb ik nog wel een beetje bijzondere ontmoeting gehad met een vrachtwagenchauffeur. Ik had even op onze kleindochter gepast en ging op de terugweg over het bedrijventerrein bij onze zoon C. in de buurt. Ook daar kom ik wel vaker. Ik zag een truck staan waarvan ik zeker wist, dat ik die nog nooit eerder had gezien. De kleuren waren ook tamelijk opvallend: helder groen en bruin. Ik zag op de kentekenplaat MD staan. Ik pijnigde mijn gedachten om te bedenken waar die voor staan. Ik heb nog nooit een truck uit dat land gezien, maar ik wist dat ik wel ooit had opgezocht op internet waar het voor stond. Ik vroeg aan de chauffeur maar “Montenegro? Makedonia?” hoewel ik heel zeker wist dat die landen het beslist niet waren. Maar goed, je moet toch wat, als je de taal niet spreekt. Hij antwoordde: “Moldova”. O.k. ik wist het nu ook wel weer: Moldavië. Ik wist dat ik ook “Een brief voor jou” in het Moldavisch moest hebben, maar laat ik dat nu niet bij me hebben….? Ik zocht in mijn fietstas naar “Een brief voor jou”, hoewel ik bijna zeker wist dat ik het thuis had liggen. De chauffeur zei toen: Russia! O.k. Hij sprak Russisch! Nou, Russisch heb ik in grote menigte gelukkig! Ik gaf hem gauw een aantal dingen in het Russisch. Ik denk dat hij me wel 4 keer bedankte in het Russisch. Ik weet wel, dat Moldavië een deel van de Sovjet Unie was, maar je weet nooit, of iemand uit zo’n voormalig Sovjet land zo graag iets in het Russisch krijgt. Ik ging thuis nog maar eens informatie opzoeken over Moldavië. Een erg onbereikt land, wat betreft het evangelie, is het niet. Er wonen aardig wat Russen daar, en Moldavisch wordt daar wel echt als de landstaal gezien, maar het wordt precies hetzelfde geschreven als Roemeens. Er is geen enkel verschil, maar dat ligt een klein beetje gevoelig. Nou ja, goed om te weten, mocht ik ooit nog eens een Moldavische chauffeur tegenkomen. Ik kan waarschijnlijk gewoon Roemeens geven, maar deze chauffeur was gewoon iemand van de Russische minderheid in het land. Ik bid maar dat het gegevene tot zegen mag zijn.

Vorige week was ik wat boodschappen gaan doen en kwam onderweg langs een terrein, waar wel vaker evenementen worden gehouden. Tot mijn verbazing zag ik allemaal vrachtwagens uit de omgeving daar staan op dat moment. Ik weet werkelijk niet, wat voor evenement het eigenlijk was, maar goed, ik zag mijn kans schoon om er wat traktaten uit te delen. Er stond ook een stand met nummers van Truckstar, dus ik vond dat traktaatjes van Truckplus wel een goed alternatief waren. In één keer waren alle Nederlandse traktaten die ik bij me had, op.

Op weg naar mijn ouders, vrijdag, kon ik even langs de A12 een parkeerplaats aandoen. Ik had ‘s morgens nog snel een Turks N.T. meegepakt voor je weet maar niet… Veel Turken kom ik niet tegen en ze willen lang niet allemaal iets aannemen, maar wie weet. Ik neem wel altijd Turkse lectuur mee, maar meestal niet een N.T.. En het was tijdens de ramadan. Ik wist niet, of het dan wel in goede aarde zou vallen, maar goed, ik bad er maar voor. Tot mijn verbazing stond er inderdaad een Turkse truck. De chauffeur hield zich niet zo goed aan de ramadan zo te zien: hij rookte. Hij wilde de lectuur wel hebben. Dan kun je alleen maar dankbaar zijn.

Zaterdag bracht ik onze oude wieg maar naar de kringloopwinkel van Dorcas in Woudenberg. Op de terugweg ben ik nog naar een parkeerplaats langs de A12 gegaan om lectuur uit te delen. Deze keer kon ik echt veel lectuur kwijt en had ik leuke ontmoetingen. Zo stond er een Duitse touringcar. Ik stapte op de chauffeur ervan af en zei tegen hem, dat hij wel geen vrachtwagenchauffeur was, maar dat hij dit verhaal (Vastgelopen) ook wel zou kunnen waarderen, en ik gaf hem er een Duits N.T. bij. Hij lachte en nam het aan. Wat verderop stonden twee Oekraïense chauffeurs met elkaar te praten. Ik gaf hun ieder een traktaat en een Johannes-evangelie. Even later stond er nog een chauffeur bij. Ik vroeg of hij de chauffeur uit de truck van WitRusland was en ik begreep dat hij dat inderdaad was, dus ik gaf hem Russische lectuur. Eén van de Oekraïense chauffeurs maakte toen duidelijk dat hij ook Oekraïens was. Ik lachte en zei: O, sorry. Ik gaf toen gauw nog iets in het Oekraïens. Eén van de chauffeurs kon een beetje Frans spreken, dus we konden elkaar iets meer duidelijk maken dan dat ik te maken heb met iemand die alleen maar Russisch of zo kan spreken.

Vandaag deed ik boodschappen in het winkelcentrum in onze buurt. Er kwam precies een truck aanrijden. De chauffeur liep naar zijn laadklep en wilde die juist opendoen. Ik diepte vlug een sleutelhangertje uit mijn zak op, want zo snel zou ik de juiste lectuur nooit meer kunnen vinden. Hij reageerde enthousiast.  Hij vroeg wat het voor organisatie was. Ik dacht net na over hoe te antwoorden toen hij suggereerde: O, is dat evangelisch? Zijn het die jongens die ook naar Groot Nieuws Radio luisteren? Ik beaamde dat (ik vermoed dat er wel veel naar Groot Nieuws Radio geluisterd wordt door de “aanhang” van het chauffeursevangelisatieteam). Verder vroeg hij of die uit Lelystad kwamen. Ik vulde maar aan met Almere.

Vandaag kon ik weer iets doen aan evangelisatie. Het ging eerst nogal moeizaam: de vrachtwagenchauffeurs die ik wilde aanspreken, reden precies weg op dat moment, maar later kon ik twee Nederlandse chauffeurs nog net een sleutelhanger van Truckplus geven. (Ik had mijn traktaten ergens in mijn fietstas, maar ik kon ze niet zo gauw vinden, en de sleutelhangers waren in mijn rugzak). De eerste chauffeur die ik iets kon geven, stond op een plaats waar ik echt geen chauffeur verwachtte. Ik had mijn hoop al opgegeven om nog iets te kunnen doen, maar toen ik in een zijstraat keek, gewoon in een woonwijk, zag ik tot mijn verbazing een truck met de deur open op de oprit van een huis staan. Het was w.s. een truck van iemand die eigen rijder was. Hij liep naar zijn huis toe en ik riep maar naar hem en hij luisterde en kwam terug en was nieuwsgierig wat dat toch voor website kon zijn, die daarop stond. Op het bedrijventerrein aan de andere kant van de A12 was ik al een tijdje niet geweest. Er stonden de laatste tijd ook minder of geen vrachtwagens, maar deze keer echt veel. S . heeft veel Polen in dienst, maar het is een Duits bedrijf. Ik sprak de chauffeur die erin zat aan, groette allereerst in het Duits en later in het Pools een beetje vragend, maar hij zei toen:”Nicht dzien dobry”. Ik zei: O.k. De meesten van S. zijn Pools, en hij beaamde dat ook wel, was er gelukkig niet boos om of zo. Hij nam wat aan en ik wenste hem sterkte toe in de hitte. Op de terugweg bad ik om leiding en werd geleid om nog weer over het bedrijventerrein bij ons in de buurt te gaan, waar het eerst zo moeizaam verliep, maar dat was dit keer niet voor niets! Toch nog een Pool iets kunnen geven, die te laat bij het bedrijf aangekomen leek te zijn, of bij het verkeerde bedrijf stond(?). En een Duitse vrachtwagen met, zoals bleek een Roemeense chauffeur, die ik op de heenweg al wel had gezien, maar dan zonder chauffeur.

Ik had in de afgelopen tijd wel geëvangeliseerd, maar aangezien P vakantie had (voor mij was het een hele kunst om het huishouden draaiende te houden terwijl we ook allerlei dingen ondernamen) kwam ik er niet erg uitgebreid aan toe. Er was ook niet echt een bijzonder verhaal te vertellen, hoewel ik me realiseer, dat je “het succes” niet kunt afmeten aan hoe bijzonder hetgeen je meemaakt. Het kan best zijn, dat je iemand iets geeft, die er nauwelijks of zelfs negatief op reageert, maar dat diegene toch door God aangeraakt wordt en veranderd wordt, terwijl zo iemand waarvan je denkt: Nou, dat was nog eens een bijzondere ontmoeting! er misschien helemaal niets mee doet).. Maar nu heb ik afgelopen donderdag wel weer iets heel bijzonders meegemaakt: Ik was op weg naar Bijbelstudie, die om 8 uur zou beginnen. Ik vertrok vroeg en bedacht dat ik nog wel een parkeerplaats kon bezoeken. Ik was nog maar nauwelijks de weg op, of ik stond in een lange rij auto’s voor de spoorwegovergang. Ik heb nog nooit zo’n lange rij op dat tijdstip gezien! Ik bad maar om wijsheid. Na een tijdje begon het handeltje te rijden en leek het alsof ik het wel zou halen, maar toen kwam de volgende beproeving: langzaam rijdend verkeer op de snelweg. Ik dacht: Nou, als het niet de bedoeling is, dat ik evangeliseer, dan maar niet, maar toen begon ook daar de file op te lossen en ik zag dat ik toch nog ruim 5 minuten tijd zou hebben om een parkeerplaats te bezoeken. Niet lang, maar de meeste buitenlandse chauffeurs spreken toch geen woord Engels of Duits, dus dan kun je in 5 minuten toch wel minstens 1 chauffeur bereiken, soms meer. Ik bad ondertussen, of de Heer wilde geven, dat de chauffeur die buiten zijn truck stond de juiste maar moest zijn, want waar moet je beginnen, als je weinig tijd hebt en er staan veel trucks? Ik liep tussen twee willekeurige vrachtwagens door en zag aan de andere kant ervan twee groepjes van twee chauffeurs. Het dichtstbijzijnde groepje was aan het barbecueën. Ik gokte erop dat het Polen waren, maar ik wist het niet zeker, de nummerplaat was niet te zien op dat moment, dus ik groette hen maar in het Pools, en dat verstonden ze inderdaad, waarop de jongste van de twee direct in het Engels tegen mij begon te spreken. Hij vroeg wat ik kwam doen en ik vertelde dat ik iets voor hen had: een Bijbel en een traktaat. Ik haastte me er bij te zeggen dat ik geen Jehova’s Getuige was. De oudste van de twee wilde niets aannemen, maar met de jongste, P., kreeg ik een heel gesprek. Hij was diep getroffen, dat ik met een Bijbel kwam! Ik begreep eerst helemaal niet waarom, maar ik kwam er tijdens het gesprek een beetje achter, denk ik: Hij was heel erg Rooms Katholiek en zijn moeder en oma ook. Die dag was het juist een bijzondere, religieuze dag voor de R.K. kerk. In Polen hebben de mensen allemaal vrij van hun werk daarvoor. Maar toen hij door Duitsland en Nederland reed, was hij verbaasd dat het leven hier en in Duitsland gewoon doorging. Er was hier helemaal niets te merken van één of andere belangrijke religieuze dag; geen processies of zo. Ik legde uit, dat de Rooms Katholieke kerk in Nederland nogal liberaal is, en dat er hier niet zoveel van te merken is. Hij zei telkens weer: O, als ik thuis kom en mijn moeder en oma dít vertel, dat ik een Bijbel heb gekregen op die speciale dag! Hij kon er maar niet over uit! Hij wilde perse dat ik een Poolse worst zou proeven, die op de barbecue lag. Ik had eigenlijk helemaal geen zin aan eten, werd al haast misselijk bij het idee van een worst te moeten eten (ik had net twee pannenkoeken op), maar ik merkte dat hij het zó graag wilde geven, dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om te weigeren. De worst zou in enkele minuten klaar zijn. Mijn maag kromp al een beetje ineen van het idee een niet erg gare worst te moeten eten ( maar ja, de Heer belooft, dat, al eten we iets giftigs, het ons niet kan schaden. Ik denk wel dat we het niet moeten opzoeken, hoor, maar in dit geval…), want de worsten zagen er nu niet bepaald gaar uit op dat moment, maar die minuutjes bij hem bleken een heel stuk langer te duren. Ik begon het al een beetje benauwd te krijgen i.v.m. de tijd, maar aan de andere kant bedacht ik, dat ik zó intensief had gebeden om wijsheid en om de juiste persoon, en wat hij had verteld, was toch wel bijzonder, dus moest ik dit maar zien als onderdeel van Gods plan. Op een gegeven moment gaf ik toch maar wel aan, dat ik om 20 uur ergens moest zijn ( het was al zo laat….). Toen zou het nog maar een paar seconden duren. De twee chauffeurs gingen de cabine in en kwamen met twee boterhammetjes en een servetje terug. Daar werd de (nu goed gare) worst behoedzaam tussen gelegd en ze zeiden, dat ze mij toch niet wilden afhouden van mijn afspraak. Ik bad snel voor de worst en nam een hap ervan en zei, dat ‘ie heerlijk smaakte, en verdween. Die andere chauffeur had wel de hele tijd bij het gesprek gestaan, al had hij geen interesse. Ik had nog gevraagd, hoe ze heetten en beloofde voor hen te bidden, wat ze fijn leken te vinden. Na de Bijbelstudie heb ik de rest van de boterhammen met worst maar opgegeten, en het was echt een heerlijke worst. Jammer dat hij niet meer warm was, maar bij elke hap die ik ervan nam, voelde ik vreugde over dit bijzondere gesprek en zo’n blijk van dankbaarheid!

Ik heb weer een aantal mooie ontmoetingen gehad. Vorige week zag ik een Bulgaarse truck op het bedrijventerrein die ik op de heenweg niet had gezien en wat verderop liep iemand die er best wel Oost Europees uitzag. Ik gokte er maar op dat dat de chauffeur was, en dat bleek ook zo te zijn. Een chauffeur van H. zag mij en ik zag, dat hij nogal belangstellend toekeek. Dat is bij H. nogal bijzonder, hoor, want sommige personen daar doen liever alsof ze me niet hebben gezien. Ik bood hem ook wat aan en kreeg een heel gesprek. Hij was ongelovig opgevoed, maar zijn oma was bij de Jehova’s getuigen. Door de dood van iemand in zijn directe omgeving werd hij bepaald met de zin van het leven. Hij kwam in contact met Jehova’s getuigen en doet nu Bijbelstudie met hen. Daar was hij heel positief over. Ik vind het altijd moeilijk om met Jehova’s getuigen in gesprek te zijn, want op een gegeven moment weet ik echt niet meer wat ik moet zeggen, hoor. Ik vermijd een discussie dus maar en getuig maar van wat de Heer in mijn leven heeft gedaan en doet. Deze chauffeur was zeer onder de indruk dat ik op mijn eentje het Evangelie verspreid. Dat hoeft hij niet te zijn van mij, want de Heer heeft het nu eenmaal zo geleid en me de moed en kracht daartoe gegeven. Hij gaf mij op het laatst een traktaatje van de JG. Ik heb het thuis doorgelezen en vergeleken met de Bijbel. Ik vroeg naar zijn naam en stelde mezelf voor. Ik beloofde voor hem te bidden. Ik bid maar, dat God hem onderscheidingsvermogen zal geven en dat hij Hem mag leren kennen. Het wel echt een goed, fijn gesprek met een zoekend mens.

Vandaag was ik op het bedrijventerrein bij ons in de buurt. Er stond een vrachtwagen met “AZ” voor het nummerbord. Ik moest eerst een tijd bedenken waar die vandaan zou kunnen komen, want een truck met zo’n landaanduiding heb ik nog nooit gezien. Uiteindelijk bedacht ik, dat hij uit Azerbeidzjan zou kunnen komen. Vlak daarbij stond een vrachtwagen van H. De chauffeur ervan zou binnen korte tijd vertrekken. Ik gaf hem een traktaat en een boekje met Bijbelteksten en vroeg waar de chauffeur van die andere truck was. Hij vermoedde dat hij naar het centrum was gegaan. Ook vroeg ik maar voor de zekerheid waar die truck vandaan kwam en mijn vermoeden werd bevestigd. Hij zei: ” Maar die spreekt geen Nederlands, hoor!” Nee, maar ik heb wel meer talen bij me. Ik bad maar om wijsheid en ik keek thuis op internet welke talen in Azerbeidzjan gesproken worden. Ik brandde nog 2 cd’s voor het geval hij die talen zou spreken en wilde weer naar de truck toe gaan. J. kwam ondertussen beneden en had wat aandacht nodig, dus ik kwam er pas na een uur toe om weer naar het bedrijventerrein te gaan. Ik had ondertussen al wel bedacht, dat God geen fouten maakt ,en dat het oponthoud wellicht precies goed was. Toen ik weer bij de truck aan kwam, zat er inderdaad een chauffeur in! Ik zei vragend: “Azerbeidzjan?” Hij knikte. Ik zei vragend een aantal talen, maar de hoofdtalen van Azerbeidzjan leek hij niet te spreken, dus ik begon maar met “Russia” en “Turkish”. Bij “Turkish” veerde hij op en knikte! Ik rende gauw naar mijn fiets terug en zocht een Turks N.T. op. Ik gaf het hem, en ik gaf hem snel nog een sleutelhanger van Truckplus er bij. Langzaam las hij wat er op de sleutelhanger stond en gebaarde iets van: Hoe duur is het? Ik maakte duidelijk dat het een geschenk was. Hij begreep het eerst niet, maar later wel.
Thuis gekomen heb ik opgezocht via Joshua Project hoe Azerbeidzjan bekend staat. Op die website staat van elk land ter wereld vermeld welke bevolkingsgroepen er wonen en of ze bereikt zijn met het Evangelie of iets of niet. Hij behoorde dan tot een bevolkingsgroep die onbereikt is met het Evangelie. Op de website van Open Doors heb ik nog gekeken, hoe de situatie van christenen daar is. Azerbeidzjan is een behoorlijk seculier land, al is de sji’itische islam de hoofdgodsdienst. Toch staat het land op de 34e plaats in de ranglijst van landen waar christenen vervolgd worden. Dat komt doordat elke vorm van godsdienstfundamentalisme als gevaarlijk wordt beschouwd.
Ik ga voor hem bidden/ bid al voor hem.

Deze week wilde ik eigenlijk een andere kant op, waar ik meestal wat meer truckers vind, maar ik werd een andere kant op geleid. Ik vond dat eigenlijk eerst niet zoveel, maar het bleek wel degelijk de juiste richting te zijn. Bij het tankstation stond een truck waarvan de herkomst niet te achterhalen was. Ik sprak toen maar een man aan,die er blijkbaar bij hoorde. Hij bleek Roemeens te zijn. Ik gaf hem en zijn collega een kalendertje en een sleutelhanger, waar ze erg blij meer waren. Deze keer waren er op dat bedrijventerrein meer personen die ik iets kon geven dan anders. Bij de Basiliek sprak ik een buschauffeur aan, een Duitser. In de Basiliek zou een concert gehouden worden, zei hij, van een Amerikaanse rockband. Hij reed de bijbehorende bus en er stond nog een Engelse truck en nog een Engelse of Duitse bus, dat heb ik niet gezien. Hij was helemaal in de wolken met wat ik gaf. De Britse vrachtwagenchauffeur sliep, maar hij zou hem, als hij wakker was, de Engelse truckersbijbel geven. Hij vroeg of ik ook nog een Bijbel voor de andere buschauffeur had, maar ik neem altijd maar een beperkte hoeveelheid mee. Ik had wel een Engels traktaat en gaf aan, dat ze daarmee wel een Chauffeursbijbel konden bestellen.

Afgelopen week werd ik bij KFC geleid om daar het parkeerterrein op te gaan. Nu ben ik daar helemaal niet zo dol op. Vroeger stonden daar nog wel behoorlijk wat vrachtwagens, maar nu niet meer. Sinds KFC er zit, worden die doeltreffend geweerd. Maar goed, ik was toch maar gehoorzaam. Er stond tot mijn verbazing een tankwagen, dus ik werd al wat enthousiaster, maar toen ik dichterbij kwam zag ik dat “Jan” (er prijkte tenminste een bordje met “Jan”achter het raam) aan het slapen was of in ieder geval de indruk wilde geven dat hij aan het slapen was: de gordijntjes zaten dicht. Een eindje van de vrachtwagen vandaag zag ik een man een hondje uitlaten. Misschien was dat “Jan ” wel! Sommige vrachtwagenchauffeurs nemen hun hondje mee op de truck… Ik vroeg, of hij de vrachtwagenchauffeur was, maar hij keek me wat schaapachtig aan. Ik begreep, dat hij geen Nederlands verstond en bedacht dat het misschien een Poolse “Jan” kon zijn, dus ik vroeg: “Polska?” Nee, hij bleek uit Hongarije te komen. Toen zag ik, dat hij bij de Hongaarse camper hoorde, in plaats van bij de vrachtwagen. Ik bedacht dat ik nog een hele lading Hongaarse kalendertjes had met een evangeliserende boodschap, dus snel zocht ik er daar één van op en gaf hem die. HIj was er reuze blij mee! Hij wilde me nog geld aanbieden. Ik neem aan, dat hij  er toch geen €100 voor zou willen geven; dat had hij in zijn hand en daarvan zou ik ook niet terug hebben gehad… In ieder geval ga ik van het standpunt uit: Ik heb het evangelie om niet gekregen, dus ik geef het ook om niet. Ik zei dat het een “present” was. Nou, dat was helemaal geweldig! Hij zwaaide me nog na, toen ik wegfietste.

Vandaag ben ik ook nog op pad geweest voor evangelisatie. Ik wilde eigenlijk naar E., maar ik werd daar niet naartoe geleid. Ik bleef in V., en dat was goed. Diverse chauffeurs wat gegeven, Oekraïener, Serviër en twee Nederlanders. Als je op het verkeerde moment komt, staat er niemand in het weekend. De Heer weet wanneer ze waar staan.

Vanmorgen nog een paar chauffeurs wat gegeven. Een wilde zijn raampje niet open doen. Heel even later kwam hij uit de vrachtwagen met de mededeling, dat ik toch beter naar huis kon gaan en bij de kachel gaan zitten. Nou, ik moest ook boodschappen doen. Dan zul je er toch uit moeten. Dat beaamde hij wel. En ondertussen kan ik dan ook nog wel wat uitdelen. Gelukkig waren er meer die wel wat wilden hebben en er blij mee waren. O.a. twee Spanjaarden en een Slowaak en ook een Nederlandse christenchauffeur, die ik al vaker iets had gegeven. Hij vond het wel leuk om even een praatje met me te maken. Hij was van vR, de fruitgroothandel hier. Daar stonden altijd veel Litouwers en Russen, maar de laatste tijd niet meer zo. Dat komt door de boycot van Poetin. Hij dacht dat ik “gespecialiseerd in Russen” was, geloof ik. Voor vR. is het wel een klap dat de export naar Rusland min of meer stil ligt. Mijn arbeidsterrein is gelukkig groter dan alleen de Russen.

Ik deel op het moment vaker wat sleutelhangertjes uit, omdat ik nu veel kalendertjes uitdeel. Vandaag nog aan een Duitser en een paar Nederlandse chauffeurs. De Italiaanse Bijbels heb ik inmiddels allemaal uitgedeeld. Gisteren had ik nog een heel gesprek met een jongen in de parkeergarage van de Scheepjeshof. Hij was geen chauffeur, maar gewoon iemand, die ik zo’n kalendertje gaf. Hij beweerde ook gelovig te zijn, maar na een tijdje was me wel duidelijk, dat hij occult belast is. Dat kan ik dan wel onderscheiden, maar ik zou niet weten, wat je er verder mee aan moet. Heel voorzichtig heb ik geprobeerd uit te leggen, dat bepaalde openbaringen/visioenen van de verkeerde kant kunnen zijn, en dat je altijd moet toetsen aan de hand van de Bijbel, of iets van God is of niet, maar daar stond hij absoluut niet open voor. De Bijbel was voor hem alleen maar het verleden, en je moest je niet bezig houden met het verleden, maar met het heden en de toekomst. Hij las de Bijbel ook niet en vond dat ook helemaal niet nodig. Ik vroeg hem hoe hij heette en vroeg of hij het goed vond of ik voor hem zou bidden thuis. Hij had zoiets van : Maar ik bid al voor mezelf, hoor! Hij stemde aarzelend toe. Ik meende een soort van angst te bespeuren. Hij brak het gesprek toen heel snel af. Ik bid maar voor hem, dat hij inzicht zal krijgen dat hij belast is, en dat God hem de juiste mensen op zijn pad zal sturen, die hem verder kunnen helpen. Dat hij echt verlangen zal krijgen naar bevrijding.