
Een min of
meer stichtelijk woord vooraf.
Deze keer
een wat langer stukje van onze voorzitter. Het heeft ook deze keer zoals we
gewend zijn van hem met vervoer te maken. Maar op een heel aparte manier. Ja,
we hadden het wat langere verhaal ook in tweeën kunnen knippen. Maar dat zou de
boodschap geen goed doen. Er zou dan een te lange tijd voorbijgaan voor het
vervolg te lezen zou zijn. Daarom plaatsen we het in één keer.
De laatste reis.
De mens – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij. Wanneer de wind er over gegaan is zij
er niet meer en haar plaats kent haar niet meer. Maar de goedertierenheid van
de HEERE is van eeuwigheid tot eeuwigheid over wie Hem vrezen. Zijn
gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen voor wie zijn verbond
bewaren en aan zijn bevelen denken om ze te doen. Psalm 103:15-18
In gedachten loop ik op een station.
Een aantal mensen wacht op de trein.
De trein, die hen voorgoed mee zal nemen.
Zo zie je zo vaak groepen mensen. Het lijkt een grote
eenvormige massa. Sommigen zeggen: je moet allemaal eenmaal met die trein mee,
niets bijzonders, Laten we toch maar eens iets beter kijken.
Het is toch heel wat als je met je laatste trein mee
moet.
Als je goed rondkijkt, zie je, dat iedereen op zijn
eigen manier aanwezig is.
Trouwens, niet iedereen op het perron zal meegaan. Er
zijn ook wegbrengers. Die gaan straks weer gewoon naar huis. Die komen een
andere keer pas aan de beurt voor hun laatste trein.
Al heel vroeg, toen er nog geen mens te zien was,
kwamen de eersten al.
Ze wisten, dat ze nog een hele tijd zouden moeten
wachten, maar ze gaan toch op het perron zitten.
Aan een van hen vroeg ik, waarom hij zo vroeg was.
"Mijn vrouw is al met een eerdere trein gegaan," zei hij. "Toen
ik hoorde, dat ik mogelijk met de volgende mee zou moeten, ben ik maar vroeg
gegaan. 'k Wil zo graag weer bij haar zijn"
Een ander zegt: "Ik begreep, dat de volgende
trein voor mij zou zijn. Zoiets maak je zelf maar een keer mee. Daarom wil ik
heel bewust aanwezig zijn."
Weer iemand anders vertelt: "Ik weet niet, of ik
al met deze trein mee moet. Maar ik weet, dat je eenmaal in moet stappen.
Daarom ben ik hier heel vaak en ook vroeg. Dan wen ik er alvast aan en weet ik
zo'n beetje hoe het gaat."
Het feit, dat je allemaal een keer mee moet, schijnt
wel belangrijk te zijn.
Buiten op de straat zag ik al aanplakbiljetten en ook
hoorde ik mensen voor de ingang van het station praten. De boodschap is
duidelijk: "Mensen koop op tijd je kaartje, zodat je verzekerd bent van
een goede reis. Met het juiste biljet heb je een gereserveerde plaats. Met het
juiste biljet is er ook op de plaats van bestemming een plaats voor je
gereserveerd en kom je aan het eindpunt niet om van ellende, omdat je dan niets
meer hebt." Dat lees je op de biljetten. Dat zeggen die mensen.
Trouwens, zoals bij alle grote vervoerscentra zie je
in de buurt van het station en ook verder in de stad veel bureautjes, die de
reis voor je willen verzorgen. Er zijn ook verenigingen, die dat voor hun leden
doen. Kosten en voorwaarden om mee te doen zijn soms heel verschillend. Je
denkt wel eens: hebben ze het echt allemaal over dezelfde reis?
Niemand weet overigens precies hoe laat de trein
gaat.
Wel dat hij zeer regelmatig rijdt. Soms is er wat
vertraging en soms zit je er in, voor je er erg in hebt.
'k Hoorde van iemand, die zomaar midden in het werk
meegenomen werd en op het laatste moment in de al rijdende trein gezet werd. 'k
Weet niet of hij een goede reservering voor het eindpunt had. Zo zie je maar
weer, dat je je zaken beter op tijd geregeld kunt hebben.
Weer anderen hadden allang gedacht mee te gaan, maar
elke keer bleek, dat het hun trein nog niet was.
Het is trouwens wel handig om daarom een boek te
hebben, waarin de dienstregeling staat aangekondigd. En ook, waarin staat hoe
je aan de juiste kaartjes komt. En waarin ook iets wordt verteld over de
bestemming.
Er staat heel veel in zo'n boek. Ook nog over de reis
naar het station en hoe je de achterblijvers opvangt, om maar wat dingen te
noemen. Soms is het moeilijk te lezen. Sommige mensen hebben er speciaal voor
gestudeerd om uit te leggen, wat er allemaal in dat boek staat.
Er wordt wel eens gezegd, dat het boek eens veel
eenvoudiger moet. Maar anderen zeggen, dat je dan geen goede voorlichting meer
kan geven. Als je stukken eruit haalt, weet je ook niet meer waar je aan toe
bent.
Weer anderen zeggen zo'n spoorboek helemaal niet
nodig te hebben. Ze voelen wel aan, als het hun tijd is en rekenen er dan wel
op in de juiste coupe te zitten. Anderen waarschuwen daar ernstig tegen en
bevelen een grondige voorbereiding aan.
Zoals ik al zei: Je vraagt je wel eens af, of ze het
over dezelfde trein hebben.
We nemen weer eens een kijkje op het perron.
Er zijn nu beduidend meer mensen dan eerst. De trein
is er nog niet.
We zien nu ook meer mensen, die de reizigers weg
komen brengen.
In veel gevallen is men verdrietig. Het is ook niet
mooi om iemand voorgoed met de trein mee te geven.
Soms zie je mensen zomaar bij elkaar zitten. Ze
zeggen niets meer. Ze zijn bezig met hun eigen gedachten, een enkel woord voor
elkaar is al genoeg. Ze hebben op weg naar het station alles al gezegd en
gedeeld. Nu nemen ze in alle rust afscheid van elkaar.
Een ander groepje laat een heel ander beeld zien.
Degene, die op reis zal gaan krijgt nog van alles mee voor onderweg. En
andersom probeert de reiziger de achterblijvers nog zoveel mogelijk te
vertellen over het leven buiten het station. Veel moet er nog gezegd worden. Ze
hopen, dat de trein nog maar even uitblijft. Ze willen elkaar nog helemaal niet
kwijt.
'k Zie ook mensen, die zomaar alleen wachten op de
trein. Niemand brengt ze weg. Sommigen lijden daar zichtbaar onder. Het is ook
een heel gesjouw om je leven helemaal alleen mee te moeten nemen de trein in.
En of het nu temidden van een groepje is of helemaal
alleen: je ziet sommige reizigers telkens naar de ingang van het station
kijken: Zal die of die op het laatste moment nog komen om afscheid te nemen?
Dat afscheid nemen is trouwens ook heel wisselend.
Er komen mensen, die kijken naar de rails, de perrons
en alles, wat er op zo'n groot station te zien is, maar die hebben nauwelijks
oog voor de reiziger zelf en voor de naaste familie. Ze maken er een gezellige
boel van op dat perron. Je kunt tenslotte niet altijd stilstaan bij die laatste
treinreis, denken ze.
Anderen houden elkaar stevig vast. Ze hopen, dat ze
daarmee hun reiziger ervan kunnen weerhouden om in te stappen. Maar je weet,
als je moet gaan, is het niet tegen te houden.
Reisvoorbeiding
Er zijn ook mensen, die met elkaar over de reis en de
eindbestemming praten, je merkt, dat ze zich goed hebben voorbereid. Ze zijn
echt niet minder verdrietig, dan de anderen. Ze weten gelukkig wel, waar hun
reiziger naartoe gaat en dat maakt het afscheid veel dragelijker.
Ook op het perron zie je nog mensen van de
kantoortjes in de stad, die de reizen verzorgen. Zij zoeken naar mensen, die
naar hun menig geen goede reservering gedaan hebben. Het gaat zelfs zover, dat
ze mensen hun biljetten willen laten ruilen voor het biljet van hun eigen
kantoor of vereniging. Ze roepen om het hardst, dat het nu nog kan!
Ook zie ik
mensen op de rand van het perron staan. Ze kijken uit naar de trein. Ze
willen heel erg graag mee. Of liever: ze willen weg, ze willen niet meer
blijven. Alles beter dan hier te zijn. Ze hebben al van alles bedacht en
geprobeerd, maar het hele leven hier is zwart. Dan maar met de trein mee, wie weet of je aan de andere kant
beter af bent.
Niet altijd hebben ze een biljet of reservering voor
de eindbestemming. Heel vaak zie je die mensen als verstekeling meegaan. Je
vraagt je af of ze het eind van de reis wel zullen halen, zo wanhopig zijn ze.
Als andere mensen zien, dat er zulke mensen op het
perron staan, gaan ze met hen praten. Om toch nog niet te gaan en zeker niet
vrijwillig. Of om tenminste op het laatste moment toch nog een biljet te kopen
met reservering voor het eindstation. Maar de angst en de verwarring is groot.
Lang niet altijd loopt zo'n gesprek goed af en glippen zulke mensen tussen je
handen door. Dat tot groot verdriet en ontzetting van de achterblijvers. Die
vragen zich af: wat hadden we kunnen doen om ze uit de trein te houden?
Dan komt de trein
eraan.
Een vreemde gedachte. Een deel van de mensen op het
perron gaat nu echt aan de laatste reis beginnen. Maar ook dan is er soms nog
enige verwarring. Het blijkt, dat niet degene, van wie men dacht, dat hij of
zij zou gaan, werkelijk in moet stappen, maar een van de anderen.
Maar voor de meesten geldt, dat ze niet voor niets op
het perron gekomen zijn.
Afscheid wordt er genomen.
En dan gebeurt er iets vreemds. Als de mensen
instappen hebben ze helemaal geen contact meer met de achterblijvers. Soms kun
je ze nog wel zien door de raampjes. Soms zijn die raampjes ook al dicht en zie
je niets meer. Maar in alle gevallen komt er geen reactie meer vanuit de trein.
De reis neemt de mensen echt helemaal in beslag. Voor mensen, die zich daar
niet op hadden voorbereid is dat wrang. Ze hadden nog graag zoveel met de
reiziger gesproken, maar nu is het helemaal op en voorbij. Hadden ze dat eerder
geweten…
Op het allerlaatste moment worden er nog mensen het
perron op gebracht om in te stappen. Zomaar uit het leven oud en jong. Er wordt
niet gevraagd waar je mee bezig was en of je wel gemist kunt worden. Ze kijken
verbaasd om zich heen. Moet ik nu al mee? Zo denken ze.
De trein zet zich beweging. De deuren zijn dicht de
achterblijvers verlaten het station.
Sommigen zwaaien totdat ze allang niet meer zien.
Anderen proberen zelfs een stukje met de trein mee te rennen.
Weer anderen zijn met gedachten allang weer bij het
gewone leven nog voordat ze de uitgang van het station hebben bereikt.
Sommigen blijven zitten. Ze weten, dat ze op korte
termijn mee moeten. Waarom zullen ze het station dan nu alweer verlaten.
Een ieder die het station verlaat gaat naar huis.
Sommigen zullen nog vaak terug komen, om de
herinnering levend te houden aan degenen, die vetrokken zijn.
De reizigers heb je los moeten laten.
De trein rijdt door de nacht
Over de aankomst en de bestemming weten we niet
zoveel.
Alleen de belofte uit het spoorboek, dat het er zeer
goed zal zijn.
Eén Reiziger, die de tocht al eens had gemaakt is nog
even teruggekomen.
"Ga met Mij mee", zo zei Hij, "dan kom
je op de goede bestemming."
Leg je hand in Mijn hand. Ik weet niet alleen de weg,
ik ben zelf de Weg."
Wanneer stappen wij in?
Frans Borsje
Frans Borsje
Reageren? E-mail me!
(U mag uw adresgegevens invullen, maar e-mailadres is ook voldoende)